ECLI:NL:HR:2008:BA8497
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wederrechtelijk verblijf bij hulp aan vreemdelingen met rechtmatig verblijf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de verdachte werd veroordeeld voor het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijf van vreemdelingen waarvan werd aangenomen dat zij wederrechtelijk in Nederland verbleven. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van wederrechtelijk verblijf, terwijl volgens de wetsgeschiedenis van art. 197a Sr sprake is van wederrechtelijk verblijf indien het verblijf zonder enig subjectief recht of bevoegdheid plaatsvindt. De Hoge Raad overwoog dat volgens de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen rechtmatig verblijven indien zij in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag verblijfsvergunning of bezwaar/beroep, en dat uit de processtukken bleek dat de slachtoffers zich in zo’n situatie bevonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat niet was voldaan aan de clausules van art. 8 f en h Vw niet begrijpelijk was en dat de bewezenverklaring dat de slachtoffers wederrechtelijk verbleven niet met redenen was omkleed. Daarom vernietigde de Hoge Raad de bewezenverklaring en strafoplegging voor zover deze betrekking hadden op het wederrechtelijk verblijf en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige middelen werden verworpen en het beroep deels gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewezenverklaring van wederrechtelijk verblijf is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.