ECLI:NL:PHR:2009:BK3254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verwijderingsbevel als ordemaatregel en toepassing art. 6 EVRM
In deze zaak stond centraal de vraag of een veertien-dagen-verwijderingsbevel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam kan worden aangemerkt als een 'criminal charge' in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De verdachte had zich op 19 maart 2005 opzettelijk niet gehouden aan een dergelijk bevel dat hem verbood zich in een drugsoverlastgebied te bevinden.
De bestuursrechtelijke procedure was doorlopen met onherroepelijke uitspraken van de bestuursrechter en de Raad van State, die het bevel en de rechtmatigheid daarvan bevestigden. De strafrechtelijke procedure leidde tot veroordeling wegens het niet naleven van het bevel. De verdediging voerde aan dat het bevel een strafrechtelijke sanctie betrof en dat de burgemeester hiertoe niet bevoegd was, waardoor het bevel onrechtmatig zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het verwijderingsbevel een ordemaatregel betreft die een beperking van de bewegingsvrijheid inhoudt, maar niet als een strafrechtelijke sanctie ('criminal charge') moet worden aangemerkt. Verder is het niet onverenigbaar met het EVRM dat bestuursrechtelijke autoriteiten bepaalde overtredingen vervolgen en bestraffen, mits de verdachte de mogelijkheid heeft om de beslissing aan een rechter met de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro voor te leggen. Dit was hier het geval, aangezien de verdachte gebruik had gemaakt van de bestuursrechtelijke rechtsgang tot aan de Raad van State.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en de bestuursrechter en verwierp de middelen van cassatie. De taakverdeling tussen strafrechter en bestuursrechter werd benadrukt, waarbij de strafrechter in beginsel afziet van zelfstandig onderzoek naar de rechtmatigheid van het bevel indien een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter bestaat.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het verwijderingsbevel geen strafrechtelijke sanctie is en wijst het cassatieberoep af.