ECLI:NL:PHR:2009:BK1604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en toepassing overgangsrecht Faillissementswet
De zaak betreft een verzoeker die in 2007 definitief werd toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. In 2009 werd deze regeling op voordracht van de rechter-commissaris tussentijds beëindigd. De verzoeker ging hiertegen in hoger beroep, maar het gerechtshof Den Haag bevestigde de beëindiging.
De verzoeker stelde in cassatie meerdere gronden aan de orde, waaronder dat het hof de feiten niet had moeten toetsen en dat het oude artikel van de Faillissementswet (Fw) in plaats van het nieuwe overgangsrecht had moeten worden toegepast. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht uitging van de feiten zoals die waren vastgesteld, mede omdat de verzoeker pas in cassatie nieuwe feiten aanvoerde die te laat waren.
Ook werd geoordeeld dat het nieuwe art. 350 lid 3 sub c Fw Pro van toepassing is, omdat de toelatingsmaatstaf van de nieuwe wet onmiddellijke werking heeft. De vermeende onzorgvuldigheid en onjuiste rechtsopvattingen van het hof werden verworpen. Het hof had terecht geoordeeld dat de verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet nakwam, onder meer door het niet doen van voorstellen om een boedelachterstand in te lopen en het niet nakomen van informatieplicht.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt en bevestigt het arrest van het hof dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling rechtmatig is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.