ECLI:NL:PHR:2009:BK0872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens beroepsfout advocaat door verlopen verjaringstermijn
Eiser kocht in 1985 een motorfiets en liep door een val een dwarslaesie op. Hij stelde Greenib aansprakelijk wegens een gebrek aan de motorfiets. Diverse advocaten, waaronder verweerder, verleenden rechtsbijstand maar ondernamen geen actie tegen Greenib, waardoor de vordering verjaarde. Eiser stelde verweerder aansprakelijk voor beroepsfout wegens het niet stuiten van de verjaring.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tekort was geschoten, maar dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij, indien tijdig geïnformeerd, een procedure tegen Greenib zou zijn gestart. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van eiser. De Hoge Raad overwoog dat eiser onvoldoende concrete feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat hij vóór het verstrijken van de verjaringstermijn rechtsmaatregelen zou hebben genomen.
De Hoge Raad benadrukte dat de bewijslast hiervoor bij eiser ligt en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door de beroepsfout. Het beroep werd verworpen, ondanks het ernstige letsel van eiser, omdat er geen basis was voor aansprakelijkheid jegens verweerder.
Uitkomst: De vordering van eiser wegens beroepsfout van de advocaat wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk maken dat hij tijdig een procedure zou zijn gestart.