ECLI:NL:PHR:2009:BK0855
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en causaal verband met onbetaald blijven belastingschulden
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder ([eiser]) van HFM voor belastingschulden op grond van art. 36 lid 3 Invorderingswet Pro 1990. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad in 2005, werd de zaak na vernietiging en verwijzing opnieuw behandeld door het hof. Het hof stelde vast dat [eiser] zich schuldig had gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur door onder meer het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, het voeren van een wanordelijke administratie en het onterecht onttrekken van gelden aan de onderneming.
Het hof onderzocht tevens het causaal verband tussen dit onbehoorlijk bestuur en het onbetaald blijven van de belastingschulden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de gedragingen in onderlinge samenhang moest beoordelen en dat het causaal verband betrekking heeft op het onbetaald blijven van de belastingschulden als geheel, niet per afzonderlijke aanslag. Tevens werd bevestigd dat de rechter geen matigingsbevoegdheid heeft op grond van de Invorderingswet.
De Hoge Raad benadrukte de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing, waarbij de verwijzingsrechter gebonden is aan niet of tevergeefs bestreden beslissingen en de uitleg van de Hoge Raad. Nieuwe feiten of rechtsgronden mogen slechts binnen die grenzen worden ingebracht. Het cassatieberoep van [eiser] werd verworpen, waarmee de aansprakelijkheid voor het bedrag van circa €165.396,66 werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en causaal verband, en wijst het cassatieberoep af.