ECLI:NL:PHR:2009:BK0249
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bestemming vrachtwagen voor belasting zware motorrijtuigen
In deze zaak staat centraal of een vrachtwagen die is ingericht voor de verkoop van bloemen en planten vanuit het voertuig, kan worden aangemerkt als een zwaar motorrijtuig uitsluitend bestemd voor goederenvervoer over de weg in de zin van de Wet belasting zware motorrijtuigen en richtlijn 1999/62/EG.
Belanghebbende exploiteert een groothandel in snijbloemen en planten en vervoert deze met een vrachtwagen van meer dan 12 ton naar het buitenland, waar hij de goederen vanuit de vrachtwagen verkoopt. De vrachtwagen is voorzien van een zijdeur met trap, koelinstallatie, tl-verlichting en een inrichting die verkoop mogelijk maakt. Na een herkeuring door de RDW is de vrachtwagen als 'winkelwagen' geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat de vrachtwagen niet uitsluitend bestemd was voor goederenvervoer en wees de belastingplicht af. Het hof stelde echter dat de algemene bestemming van het voertuig het vervoer van goederen is, ondanks de verkoopvoorzieningen, en bevestigde de belastingplicht. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en benadrukt dat de algemene bestemming en kenmerkende eigenschappen van het voertuig bepalend zijn, niet het feitelijke gebruik of de inrichtingsomschrijving door de RDW.
De Hoge Raad concludeert dat de vrachtwagen onder de Wet belasting zware motorrijtuigen valt en dat de belasting terecht is geheven. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vrachtwagen onder de Wet belasting zware motorrijtuigen valt.