ECLI:NL:PHR:2009:BJ9377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstal met geweld
Aanvraagster werd in 2003 door de Politierechter veroordeeld tot acht weken gevangenisstraf wegens diefstal met geweld. De herzieningsaanvraag berustte op de stelling dat sprake was van persoonsverwisseling, omdat een ander dan aanvraagster destijds haar personalia aan de politie zou hebben opgegeven.
Ter onderbouwing werd aangevoerd dat aanvraagster zich een dag voor het strafbare feit had laten uitschrijven uit de Gemeentelijke Basisadministratie en op de dag van de diefstal naar de Nederlandse Antillen was vertrokken. Kopieën van een geboekt en betaald vliegticket en inschrijving in het bevolkingsregister van Bonaire bevestigden dit.
Uit de verhoren bleek niet dat de identiteit van de aangehouden vrouw was vastgesteld aan de hand van een identiteitsbewijs, en haar handtekening op processtukken week af van die in het paspoort van aanvraagster. Onderzoek naar de vluchtgegevens en confrontatie met verbalisanten leverden geen sluitend bewijs op, maar het vermoeden van persoonsverwisseling werd als ernstig aangemerkt.
De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond, beval opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Hof te Leeuwarden voor hernieuwde behandeling op grond van art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De herzieningsaanvraag werd gegrond verklaard wegens ernstig vermoeden van persoonsverwisseling en de zaak werd verwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.