ECLI:NL:PHR:2009:BJ7830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoering en gezagsrecht bij teruggeleiding onder Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een geschil over de teruggeleiding van een minderjarige, [de zoon], van Noorwegen naar Nederland onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder en vader hadden een relatie en gezamenlijk gezag over het kind. Na beëindiging van de relatie vertrok de moeder met het kind naar Nederland en later naar Noorwegen. De vader startte een procedure in Noorwegen tot teruggeleiding van het kind naar Nederland, waarbij de Nederlandse Centrale Autoriteit een verklaring gaf op grond van art. 15 HKOV Pro.
De Noorse rechtbank wees het verzoek tot teruggeleiding toe, en deze beslissing werd in hoger beroep bevestigd. De moeder vorderde in Nederland herroeping van de verklaring en het verzoek, stellende dat het gezag uitsluitend bij haar berustte. Zowel de voorzieningenrechter als het hof verwierpen deze vorderingen wegens gebrek aan belang.
De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing over gezag niet door het HKOV wordt geraakt en dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over het gezag te beslissen, aangezien Nederland de gewone verblijfplaats van het kind is. De moeder heeft geen belang bij herroeping van de verklaring in Nederland, omdat zij haar rechten kan laten gelden in een bodemprocedure bij de Nederlandse rechter. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het gebrek aan belang.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de moeder geen belang heeft bij herroeping van de verklaring en wijst het cassatieberoep af.