ECLI:NL:PHR:2009:BJ7818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling inbraak Almere wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef
In deze zaak betreft het een herzieningsverzoek tegen een onherroepelijk arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin aanvrager is veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder een inbraak gepleegd op 13 januari 2002 in Almere. De veroordeling steunde mede op een geuridentificatieproef die positief uitviel ten aanzien van aanvrager.
Later onderzoek wees uit dat geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst van Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006 regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van deze proeven ernstig in twijfel kan worden getrokken. In deze zaak bleek echter dat de geuridentificatieproef niet door deze dienst, maar door de regiopolitie Rotterdam Rijnmond was uitgevoerd, zodat die specifieke onregelmatigheid niet van toepassing is.
Desondanks bevat het dossier geen ander bewijsmateriaal dat voldoende is om de bewezenverklaring van de inbraak zonder de geurproef te dragen. De Hoge Raad concludeert dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het gerechtshof bij kennis van de onbetrouwbaarheid van de geurproef tot vrijspraak zou zijn gekomen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond voor het feit van de inbraak, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting. Voor de overige feiten wordt de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor het feit van inbraak en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.