ECLI:NL:HR:2009:BJ7818
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onregelmatigheden bij geuridentificatieproef in diefstalzaak
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2003, waarbij de aanvrager veroordeeld werd voor meerdere diefstalfeiten en medeplegen van opzetheling. De aanvraag is gebaseerd op onregelmatigheden bij een geuridentificatieproef die als bewijs diende voor een van de bewezenverklaarde feiten.
Uit het dossier blijkt dat de geuridentificatieproef niet werd uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, maar door speurhondengeleiders van de regiopolitie Rotterdam Rijnmond. Dit betekent dat de onregelmatigheden die bij de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland zijn vastgesteld niet van toepassing zijn op deze proef. Echter, het hof heeft het bewijs van de geuridentificatieproef gebruikt om de aanvrager te verbinden aan het onder 7 bewezenverklaarde feit.
De Hoge Raad oordeelt dat zonder de uitkomst van deze geuridentificatieproef het hof niet met voldoende aannemelijkheid tot een bewezenverklaring van het feit zou zijn gekomen. Hierdoor bestaat een ernstig vermoeden dat de aanvrager voor dit feit vrijgesproken zou zijn indien de onregelmatigheid bekend was geweest. De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag daarom gegrond voor dit feit, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting.
Voor de overige bewezenverklaarde feiten is de aanvraag ongegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigt daarmee het belang van betrouwbare bewijsvoering en de mogelijkheid tot herziening bij ernstige procedurele fouten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor het onder 7 bewezenverklaarde feit en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.