ECLI:NL:PHR:2009:BJ6949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest diefstal wegens ontoereikende motivering afwijzing getuigenverzoek
Verdachte is door het Hof Amsterdam veroordeeld voor diefstal van een portemonnee op Schiphol. Het hof baseerde zijn oordeel mede op de verklaring van aangeefster, die getuigde dat verdachte de portemonnee wegnam terwijl zij aan het telefoneren was. Verdachte stelde echter dat hij de portemonnee had gevonden en niet gestolen.
De verdediging verzocht om het horen van aangeefster als getuige, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat haar verklaring feitelijk en begrijpelijk was en dat verdachte de portemonnee niet had betwist. De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering ontoereikend is, omdat uit het niet-betwisten van het pakken van de portemonnee niet volgt dat verdachte erkent deze te hebben gestolen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet horen van aangeefster in strijd is met het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro), omdat de bewezenverklaring voor een beslissend deel steunt op haar verklaring en verdachte niet in de gelegenheid is gesteld haar te ondervragen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het getuigenverzoek opnieuw moet worden gewogen en de verdediging in staat moet worden gesteld de getuige te ondervragen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling met mogelijkheid tot het horen van de getuige.