ECLI:NL:PHR:2009:BI9633
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding niet-genoten ATV-dagen bij einde dienstverband
In deze zaak vorderen twee werknemers vergoeding voor niet-genoten ATV-dagen bij het einde van hun dienstverband bij hun werkgever. De kantonrechter wees de vordering af wegens verjaring en gebrek aan aanspraak. Het hof bevestigde dat noch de wet noch de toepasselijke cao een recht op vergoeding van niet-genoten ATV-dagen kent, en wees de vorderingen af. De werknemers stelden cassatie in tegen deze uitspraken.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de aard van ATV-dagen en het onderscheid met vakantiedagen. De wet en jurisprudentie maken duidelijk dat ATV-regelingen niet gelijkgesteld kunnen worden met vakantiedagen en dat de wettelijke bepalingen over vakantiedagen niet van toepassing zijn op ATV-dagen. De cao bevat een specifieke regeling voor vrije tijd sparen, waarin uitbetaling van verloftegoed bij einde dienstverband alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk is.
De Hoge Raad bevestigt dat een recht op uitbetaling van niet-genoten ATV-dagen niet volgt uit de wet of de cao, tenzij via de vrije tijd sparen regeling. De klacht dat de cao een ander recht zou bieden wordt verworpen, mede omdat de cao een zorgvuldig systeem kent om opname van ATV-dagen te waarborgen. De conclusie is dat de vordering tot vergoeding van niet-genoten ATV-dagen bij einde dienstverband niet toewijsbaar is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen recht op vergoeding van niet-genoten ATV-dagen bij einde dienstverband.