ECLI:NL:PHR:2009:BI6317
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van jurisdictie bij ontslag consulaire medewerker met chauffeursfunctie
De zaak betreft een chauffeur werkzaam bij het Consulaat-Generaal van het Koninkrijk Marokko te Rotterdam, die zijn ontslag aanvecht en doorbetaling van loon vordert. De centrale vraag is of de Nederlandse rechter civiele rechtsmacht heeft, dan wel dat het Koninkrijk Marokko immuniteit van jurisdictie toekomt.
De werknemer was sinds 1976 in dienst bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Marokko en werkte afwisselend in Marokko en Nederland. Hij had een arbeidsovereenkomst gesloten in 2000 als 'agent local' voor chauffeurswerkzaamheden in Rotterdam. Het hof oordeelde dat het Koninkrijk Marokko een beroep op immuniteit van jurisdictie toekomt omdat de werknemer niet als lokaal personeelslid in Nederland was aangeworven, zijn verblijf afhankelijk was van zijn aanstelling en hij geen permanente verblijfsvergunning had.
De Hoge Raad bevestigt dat het onderscheid tussen acta iure imperii en acta iure gestionis niet doorslaggevend is, maar dat de territoriale band en verblijfsstatus bepalend zijn voor immuniteit. Het hof heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom de werknemer geen permanent residence in Nederland had, terwijl de werknemer stelde dat hij en zijn echtgenote sinds 2005 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd hadden en dat beleid voorziet dat na tien jaar ononderbroken verblijf duurzaam verblijf wordt aangenomen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek naar de verblijfsstatus en verdere behandeling van het geschil.
Uitkomst: Arrest hof vernietigd wegens onvoldoende motivering over verblijfsstatus, zaak verwezen voor nader onderzoek.