ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3985
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- T.L. Tan
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij arbeidsgeschil met buitenlandse staat en staatsimmuniteit
In deze zaak vordert appellant, een werknemer met uitsluitend Marokkaanse nationaliteit, die als chauffeur werkzaam was bij het Consulaat-Generaal van het Koninkrijk Marokko in Rotterdam, de nietigheid van zijn ontslag en doorbetaling van salaris. De rechtbank Rotterdam verklaarde zich onbevoegd wegens immuniteit van rechtsmacht van het Koninkrijk. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel.
Het hof onderzoekt de toepasselijkheid van de Nederlandse civiele rechtsmacht op grond van artikel 6 sub b Rv Pro en de uitzondering op staatsimmuniteit bij arbeidsovereenkomsten volgens de Europese Overeenkomst en het VN-Verdrag inzake jurisdictie-immuniteit. Hoewel de arbeid gewoonlijk in Nederland werd verricht, is het hof van oordeel dat het ontslag een overheidshandeling betreft (acta iure imperii), waardoor het Koninkrijk aanspraak kan maken op immuniteit.
De nationaliteit van appellant en het feit dat hij onder Nederlandse sociale zekerheidswetgeving viel, veranderen hieraan niets. Ook het beroep op forum necessitatis wordt verworpen omdat een procedure in Marokko mogelijk was, die appellant zelf heeft ingetrokken. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is niet bevoegd wegens staatsimmuniteit, het ontslag blijft in stand.