ECLI:NL:PHR:2009:BI6107
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navordering douanerechten ondanks onjuiste tariefindeling en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende, onderdeel van een internationaal concern, voerde goederen in onder een verkeerde tariefpost, waarbij de douane deze fout aanvankelijk niet ontdekte. Na melding van de fout door de moedermaatschappij stelde de Inspecteur navorderingen in wegens onbetaalde douanerechten over de maanden september 2000, november 2000 en november 2001.
Het Hof verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, waarbij het oordeelde dat sprake was van een vergissing van de douane die belanghebbende redelijkerwijze had kunnen ontdekken, mede door de aanwezige expertise binnen het concern. Belanghebbende stelde in cassatie dat het nationale vertrouwensbeginsel bescherming biedt tegen navordering en dat de kennis binnen het concern niet aan haar toegerekend kan worden.
De Hoge Raad oordeelt dat het communautaire douanerecht het nationale vertrouwensbeginsel niet beperkt, maar dat in dit geval navordering terecht is. De kennis binnen het concern kan niet zonder meer aan belanghebbende worden toegerekend. Bovendien was het toegepaste tarief onjuist en had belanghebbende dit moeten ontdekken. De navordering wordt daarom bevestigd en het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navordering van douanerechten.