ECLI:NL:PHR:2009:BI3557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending redelijke termijn in ontnemingszaak zonder rechtsgevolg
In deze zaak heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 17 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 28.720,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld, waarbij is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase is overschreden. De stukken zijn met twee dagen te laat ingediend bij de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal concludeert dat deze termijnoverschrijding terecht wordt geklaagd, maar dat aan deze overschrijding in de onderhavige ontnemingszaak geen rechtsgevolg wordt verbonden. De compensatie voor de termijnoverschrijding zal in de hoofdzaak worden toegepast. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het bestreden arrest te vernietigen.
De zaak hangt samen met andere ontnemingszaken en hoofdstrafszaken, waarbij vergelijkbare conclusies zijn getrokken over termijnoverschrijdingen.
Uitkomst: De Hoge Raad constateert een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie zonder rechtsgevolg voor de ontnemingszaak.