ECLI:NL:PHR:2009:BI2257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing noodweerexces
Op 23 augustus 2005 ontstond een conflict tussen verdachte en het slachtoffer waarbij verdachte met haar auto opzettelijk tegen de auto van het slachtoffer reed en bedreigingen uitte. Het hof verklaarde verdachte schuldig aan bedreiging met zware mishandeling en vernieling en wees het beroep op noodweerexces af, omdat volgens het hof de noodweersituatie was geëindigd en het tijdsverloop te groot was om nog van noodweerexces te spreken.
Verdachte stelde cassatie in tegen deze uitspraak, met name gericht op de afwijzing van het noodweerexcesverweer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het tijdsverloop tussen de aanval en de botsing het beroep op noodweerexces uitsloot. De Hoge Raad benadrukte dat ook na beëindiging van de noodweersituatie nog sprake kan zijn van noodweerexces als de gedraging het onmiddellijke gevolg is van een hevige gemoedsbeweging.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot ambtshalve vernietiging. De zaak wordt opnieuw behandeld door het hof op basis van de bestaande stukken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing noodweerexces en verwijst zaak terug.