ECLI:NL:PHR:2009:BI1458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling onverzekerd rijden wegens onjuiste tenaamstelling kenteken
Aanvrager werd bij onherroepelijk vonnis veroordeeld voor onverzekerd rijden met een voertuig waarvan het kenteken onterecht op zijn naam stond geregistreerd. Hij stelde dat de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) had nagelaten het kenteken ongeldig te verklaren, waardoor hij ten onrechte als houder werd beschouwd.
Uit stukken bleek dat het voertuig een niet door de fabrikant ingeslagen vinnummer had, en dat de RDW het kenteken pas jaren later ongeldig verklaarde. Aanvrager had geprobeerd de tenaamstelling te laten vervallen, maar zijn verzoek werd afgewezen. De RDW had hem gewezen op de mogelijkheid tot schorsing van het kenteken, maar aanvrager gaf geen verklaring waarom hij hiervan geen gebruik maakte.
De Hoge Raad oordeelde dat indien de kantonrechter bekend was geweest met de nalatigheid van de RDW, aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn, omdat hij niet als houder van het voertuig kon worden beschouwd. De zaak werd daarom voor hernieuwde behandeling verwezen naar het gerechtshof, met opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.