ECLI:NL:PHR:2009:BI1423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Het Gerechtshof Arnhem veroordeelde verdachte tot twee jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van verschillende accijnsdelicten, waaronder het vervaardigen en voorhanden hebben van accijnsgoederen buiten de daarvoor aangewezen plaatsen, het in voorraad hebben van vervalste merken en namaakwaren, en deelneming aan een criminele organisatie. Daarnaast werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd ten gunste van twee benadeelde partijen.
Verdachte stelde cassatieberoep in, waarbij één middel werd aangevoerd dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. De Hoge Raad constateerde dat tussen het instellen van het cassatieberoep en het ontvangen van de stukken bij de Hoge Raad meer dan twintig maanden waren verstreken, wat een overschrijding van ruim een jaar betekent.
Gelet op de aard van de sanctie en de mate van overschrijding achtte de Hoge Raad strafvermindering op zijn plaats. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het de straf betreft en stelde de straf vast op een gebruikelijke maatstaf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve het arrest te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.