ECLI:NL:PHR:2009:BI1363
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoeken en vernietigt strafoplegging in ontuchtzaak
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak betreffende ontuchtige handelingen met minderjarigen en andere strafbare feiten. De verdediging had verzocht om het horen van diverse getuigen, waaronder personen die mogelijk de verklaringen van minderjarige slachtoffers hadden beïnvloed. Het hof had deze verzoeken afgewezen, waarbij het onderzoek op de terechtzitting opnieuw werd aangevangen zonder herhaling van deze verzoeken.
De Hoge Raad bevestigt dat de afwijzing van de getuigenverzoeken in het tussenarrest niet met succes in cassatie kan worden aangevochten, omdat de verzoeken niet herhaald zijn bij de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting. De Raad bespreekt de toepasselijkheid van diverse wetsartikelen omtrent het horen van getuigen en de gevolgen van het opnieuw aanvatten van het onderzoek. Tevens wordt ingegaan op de beoordeling van de betrouwbaarheid van verklaringen van minderjarige slachtoffers en het gebruik van auditu-verklaringen van getuigen.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de klacht over een vermeend vormverzuim door late toevoeging van stukken en het overlijden van een getuige, en de vermeende schending van het vereiste van eenparigheid bij strafverzwaring. Deze klachten worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest echter voor wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de straf naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens termijnoverschrijding en vermindert de straf, terwijl de overige klachten worden verworpen.