ECLI:NL:PHR:2009:BI1164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt strafbare poging in Arubaanse strafrechtspraak
In deze zaak gaat het om de uitleg van het begrip strafbare poging in het Arubaanse Wetboek van Strafrecht. De verdachte werd primair tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 25 november 2005 in Aruba een poging tot doodslag had gepleegd door het slachtoffer met een mes te steken, waarbij de verdere uitvoering van het voornemen niet voltooid was.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba had het primair tenlastegelegde bewezen verklaard, maar daarbij een eis gesteld die volgens het middel niet meer in de wet voorkomt, namelijk dat de niet-voltooiing van het misdrijf het gevolg moest zijn van omstandigheden onafhankelijk van de wil van de verdachte.
De Hoge Raad stelt vast dat sinds de wetswijziging van 31 augustus 2004 in het Arubaanse Wetboek van Strafrecht art. 47 lid 1 SrA Pro bepaalt dat poging strafbaar is zodra het voornemen zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard, zonder de voorwaarde dat de niet-voltooiing door een wilsonafhankelijke omstandigheid moet zijn veroorzaakt. Tevens is art. 48b SrA ingevoegd dat stelt dat voorbereiding noch poging bestaat indien het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden die van de wil van de dader afhangen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting, waarmee het oordeel van het Hof dat een achterhaalde rechtsopvatting weerspiegelde, wordt gecorrigeerd.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van het Hof wegens onjuiste rechtsopvatting en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.