ECLI:NL:HR:2009:BI1164
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafbare poging bij niet-voltooiing door eigen wil verdachte
In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van een strafbare poging tot moord, waarbij het misdrijf niet was voltooid. De verdachte werd ervan beschuldigd op Aruba een slachtoffer met een mes te hebben gestoken, hetgeen een begin van uitvoering van het voornemen tot moord vormde. Het Hof had het primair tenlastegelegde bewezen verklaard, maar de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat volgens het Hof niet was voldaan aan het vereiste dat de niet-voltooiing van het misdrijf te wijten moest zijn aan omstandigheden buiten de wil van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting onjuist was. Uit de Arubaanse wetsartikelen 47 lid 1 en 48b SrA volgt dat strafbare poging reeds bestaat zodra het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard, ongeacht of het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de verdachte.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis en verwees de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba voor hernieuwde berechting en beslissing. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot vernietiging en terugwijzing werd gevolgd.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.