ECLI:NL:PHR:2009:BI0123
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstalzaak in Naaldwijk
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een aanvrager die onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal gepleegd op 30 april 2003 te Naaldwijk. De aanvrager stelt dat niet hij, maar een ander persoon met een vergelijkbare naam en geboortedatum het strafbare feit heeft gepleegd.
De aanvrager onderbouwt dit met bewijsstukken uit de Gemeentelijke Basisadministratie waaruit blijkt dat hij nooit op het adres stond ingeschreven dat in het proces-verbaal wordt genoemd, maar een ander persoon met een vergelijkbare identiteit wel. Daarnaast verklaart een medeverdachte dat hij samen was met deze andere persoon op het moment van de diefstal.
De Procureur-Generaal concludeert dat er een ernstig vermoeden bestaat van persoonsverwisseling en dat de rechter, indien hiervan op de hoogte geweest, tot vrijspraak zou zijn gekomen. De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor nieuwe behandeling conform art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling wegens ernstige vermoedens van persoonsverwisseling.