ECLI:NL:PHR:2009:BH8840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid noodverordening en soevereiniteitskwesties bij aanhouding
In deze zaak is verdachte veroordeeld voor het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk bevel gegeven door een bevoegd ambtenaar. De aanhouding en daaropvolgende handelingen vonden plaats door Nederlandse ambtenaren, hoewel verdachte zich enige tijd op Duits grondgebied bevond. De verdediging voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad oordeelt dat een eventuele schending van Duitse soevereiniteit in deze context geen schending van rechten van verdachte inhoudt die leidt tot niet-ontvankelijkheid. De handelingen waren beperkt en niet gericht op het omzeilen van Nederlandse rechtsregels. Daarnaast is de zaak voortgekomen uit verzet tegen het kappen van bomen ten behoeve van een Duitse luchtmachtbasis.
Verder is de rechtsgeldigheid van de noodverordening van de burgemeester van Onderbanken aan de orde geweest. De Hoge Raad bevestigt dat de bekrachtiging door de Commissaris van de Koningin geen besluit van algemene strekking is en dat de bekendmakingsregels van de Awb niet van toepassing zijn. Ook is geoordeeld dat het mandaat aan een ambtenaar om namens de Commissaris te ondertekenen toelaatbaar is, mits de Commissaris het besluit zelf heeft genomen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het vonnis van de Politierechter en het Gerechtshof. Er is geen sprake van een schending van beginselen van behoorlijke procesorde en de noodverordening was rechtsgeldig bekrachtigd en van kracht ten tijde van het bevel aan verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte en oordeelt dat de schending van Duitse soevereiniteit geen niet-ontvankelijkheid van het OM rechtvaardigt.