ECLI:NL:PHR:2009:BH8755
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieberoep inzake schending soevereiniteit en rechtsgeldigheid noodverordening
In deze zaak bevestigde het Hof het vonnis van de politierechter waarbij verdachte werd veroordeeld tot een geldboete en een voorwaardelijke geldboete wegens het niet voldoen aan een bevel en het niet tonen van een identiteitsbewijs. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissingen.
Een belangrijk punt betrof de aanhouding en onderzoekshandelingen die door Nederlandse Marechaussees werden verricht terwijl verdachte zich deels op Duits grondgebied bevond. Verdachte voerde aan dat hierdoor de Duitse soevereiniteit was geschonden en dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze schending, indien al aanwezig, niet bedoeld was ter bescherming van verdachte en dat het belang van Duitsland bij respect voor zijn soevereiniteit niet door verdachte kon worden ingeroepen.
Daarnaast werd betwist of de noodverordening van de burgemeester van Onderbanken rechtsgeldig was, omdat de beslissing tot bekrachtiging door de Commissaris van de Koningin niet op de juiste wijze zou zijn bekendgemaakt en ondertekend. De Hoge Raad verwierp deze bezwaren, stellende dat de bekrachtiging geen besluit van algemene strekking is waarop bekendmakingseisen van toepassing zijn en dat ondertekening namens de Commissaris toelaatbaar was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het OM wordt ontvankelijk verklaard.