ECLI:NL:PHR:2009:BH5247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij aanhouding en veroordeling in Opiumwetzaak
In deze zaak is een herzieningsverzoek ingediend door een vrouw die stelt dat zij ten onrechte is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, omdat bij haar aanhouding op Schiphol een andere persoon zich van haar identiteit heeft bediend. Uit onderzoek blijkt dat de persoon die op 18 november 2006 werd aangehouden en veroordeeld, niet de aanvrager is, maar een ander met dezelfde persoonsgegevens gebruikte aliasnamen.
Het onderzoek omvatte onder meer vergelijking van handtekeningen, paspoortgegevens en dactyloscopische signalementen (vingerafdrukken). Deze wezen uit dat de aangehouden persoon niet overeenkomt met de aanvrager. De officier van justitie en het openbaar ministerie erkenden het vermoeden van persoonsverwisseling, waarop de executie van de gevangenisstraf werd opgeschort.
De Hoge Raad overweegt dat de traditionele procedure tot vrijspraak zou leiden, maar dat het wijzigen van de tenaamstelling van het vonnis en arrest naar de juiste persoon een meer afdoende oplossing is. De herziening wordt gegrond verklaard en de zaak kan worden verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling conform art. 467 Sv Pro.
Hierdoor wordt de aanvrager onterecht veroordeelde vrijgesteld en wordt de ware dader verantwoordelijk gehouden, waarbij ook de mogelijkheid tot nadere procedure wordt opengehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en beveelt wijziging van tenaamstelling vonnis en arrest of verwijzing naar gerechtshof.