ECLI:NL:PHR:2009:BH4716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nakoming beëindigingsovereenkomst vroegpensioen tussen werknemer en moedermaatschappij
De zaak betreft een arbeidsgeschil over de nakoming van een beëindigingsovereenkomst voor een vroegpensioenregeling tussen [verweerder] en Summit Motors Nederland B.V. (Summit). [Verweerder] was sinds 1973 in dienst van Automobielbedrijf Blijdorp B.V. (Blijdorp), een dochter van Summit. In 2002 bood Summit hem een regeling aan voor vroegpensioen, welke door [verweerder] werd aanvaard en ondertekend. De arbeidsovereenkomst eindigde per 30 november 2002.
Summit voerde verweer dat zij niet de werkgever was, maar Blijdorp, en dat zij daarom niet partij was bij de overeenkomst. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat Summit als contractspartij moest worden beschouwd, mede op grond van het feit dat de overeenkomst op Summit-briefpapier was gesteld en Summit zich ook in latere correspondentie gebonden achtte.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieklachten van Summit. Het hof had terecht geoordeeld dat de werkelijke arbeidsrechtelijke verhouding niet beslissend is voor de vraag wie de contractspartij is bij de beëindigingsovereenkomst. Het hof had op basis van de processtukken en het debat geoordeeld dat [verweerder] gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat Summit voor zichzelf had gecontracteerd. Dit oordeel was feitelijk van aard en voldoende gemotiveerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee de nakoming van de vroegpensioenregeling door Summit bevestigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Summit Motors Nederland B.V. als contractspartij gehouden is tot nakoming van de vroegpensioenregeling.