ECLI:NL:PHR:2009:BH2429
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsaanvraag wegens ontbreken opgave bewijsmiddelen bij persoonsverwisseling
Aanvrager is door de Politierechter veroordeeld wegens medeplegen en bezit van een valse waardekaart en in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hij diende een herzieningsaanvraag in met het argument van persoonsverwisseling, waarbij hij stelde dat een ander zich voor hem had uitgegeven. De aanvraag bevatte echter geen concrete bewijsmiddelen, slechts de naam en gegevens van een getuige die bereid zou zijn te verklaren.
De Hoge Raad stelt dat op grond van art. 459 Sv Pro een herzieningsaanvraag een opgave van bewijsmiddelen moet bevatten die het ernstige vermoeden van onjuistheid van het eerdere vonnis kunnen wekken. De enkele bewering dat een getuige bereid is te verklaren, zonder schriftelijke verklaring of andere bewijsstukken, voldoet hier niet aan.
Daarnaast ontbreekt een onderbouwing van de bewering dat de foto van de aangehouden persoon niet overeenkomt met die van aanvrager. De videobeelden zijn onduidelijk en aanvrager heeft nagelaten om de politie te verzoeken deze te bekijken. Ook de verklaringen van betrokkenen en telefoongegevens wijzen niet aannemelijk op persoonsverwisseling.
Gelet op deze feiten en het ontbreken van een begin van bewijs acht de Hoge Raad de aanvraag niet-ontvankelijk en wijst deze af. De eerdere niet-ontvankelijkheid blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.