ECLI:NL:PHR:2009:BH1822
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belemmering van grensoverschrijdend kapitaalverkeer door successierecht bij niet-ingezeten erflater
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse regeling inzake het recht van overgang bij niet-ingezeten erflaters in strijd is met het EG-Verdrag, specifiek met de bepalingen over het vrije kapitaalverkeer (art. 56 en Pro 58 EG). De belanghebbende erfde een in Nederland gelegen onroerende zaak van haar echtgenoot die in Italië woonde ten tijde van overlijden. De Nederlandse wet laat bij niet-ingezeten erflaters geen aftrek van overbedelingsschulden toe, wat leidt tot een hogere belastingdruk dan bij ingezeten erflaters die deze aftrek wel mogen toepassen.
Het HvJ EG oordeelt dat deze regeling een verboden beperking vormt van het vrije kapitaalverkeer omdat zij onderscheid maakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, wat leidt tot een hogere belastingdruk door progressieve tarieven. De zaak wordt vergeleken met de binnenlandse situatie waarbij de nalatenschap gelijkelijk wordt verdeeld over erfgenamen, wat leidt tot een lagere belastingdruk per erfgenaam. De Nederlandse regeling belast daarentegen de volle waarde bij één erfgenaam zonder rekening te houden met de overbedelingsschulden.
De Hoge Raad bevestigt dat het HvJ EG geen verschil in grondslagbepaling ziet, maar een probleem in de verdeling van de grondslag en de progressie. De zaak wordt terugverwezen naar de feitenrechter om te bepalen welke methode van vergelijking moet worden toegepast om de hoogte van het verschuldigde recht te bepalen. De Staatssecretaris stelt een vermindering van de aanslag voor, maar de exacte hoogte van de vermindering moet nader worden vastgesteld.
De conclusie is dat de Nederlandse regeling in de grensoverschrijdende situatie de heffingsbevoegdheid beperkt en dat de belastingdruk niet hoger mag zijn dan in de vergelijkbare binnenlandse situatie. De zaak wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek om de juiste grondslag en heffing vast te stellen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor feitelijk onderzoek naar de juiste heffingsgrondslag en belastingdruk.