ECLI:NL:PHR:2009:BG9830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling van douanerechten voor farmaceutische stoffen met geringe toevoegingen niet van toepassing
In deze zaak staat centraal de vraag of een farmaceutisch product, bestaande uit 96% Chitosan en 4% conserveringsmiddelen, kan profiteren van de vrijstelling van douanerechten voor farmaceutische stoffen met een INN-lijstvermelding. Belanghebbende had meerdere zendingen aangegeven onder de tariefpost 3913 90 80 en aanspraak gemaakt op vrijstelling, maar de Inspecteur vorderde later douanerechten na omdat de toevoegingen de zuiverheid zouden aantasten.
De Rechtbank Haarlem oordeelde dat de vrijstelling alleen geldt voor zuivere Chitosan en dat de toevoegingen de vrijstelling uitsluiten. Het Hof Amsterdam stelde echter dat geringe toevoegingen die de werking niet beïnvloeden niet substantieel zijn en bevestigde de vrijstelling. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Procureur-Generaal concludeert dat vrijstellingen in het douanerecht strikt en restrictief moeten worden uitgelegd, conform vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Toevoegingen, ook al zijn ze gering en beïnvloeden ze de werking niet, vallen niet onder de vrijstelling. Het arrest van het Hof Amsterdam dat een ruimere uitleg hanteert, wordt als onjuiste rechtsopvatting beschouwd. De conclusie luidt dat alleen zuivere stoffen zoals vermeld in de INN-lijst vrijgesteld mogen worden van douanerechten.
Uitkomst: De Hoge Raad wordt geadviseerd het beroep in cassatie gegrond te verklaren vanwege onjuiste ruime uitleg van de vrijstelling voor farmaceutische stoffen met toevoegingen.