ECLI:NL:PHR:2009:BG8814
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening bedrijfsruimte voor stadsvernieuwing
In deze zaak staat de berekening van de schadeloosstelling van een huurder van bedrijfsruimte centraal, die onteigend werd ten behoeve van stadsvernieuwing. De huurder exploiteerde een winkel in tropische groenten en levensmiddelen. De deskundigen stelden de totale schade vast op €60.017,14, bestaande uit inkomensschade en verhuiskosten. De Gemeente betwistte dat het om dezelfde onderneming ging en voerde diverse omstandigheden aan die een andere situatie zouden doen vermoeden.
De rechtbank volgde de deskundigen en wees de klachten van de Gemeente af. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het standpunt van de deskundigen volgde dat sprake was van voortzetting van dezelfde onderneming, en dat de jaarstukken over 2002-2004 een voldoende basis boden voor de inkomensschade. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onjuist was in haar motivering omtrent de kapitalisatiefactor 7, omdat de huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst bekend was met de stadsvernieuwingsplannen, wat een beperkte genotsverwachting impliceert.
Verder wordt geoordeeld dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de kosten van rechtsbijstand en deskundigenbijstand inclusief BTW werden toegekend, terwijl de ondernemer deze BTW mogelijk kan verrekenen. Ook was de geconsolideerde kostenbeslissing onjuist omdat in elke onteigeningsprocedure afzonderlijk over kosten moet worden beslist. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van schadeloosstelling en kosten.