ECLI:NL:PHR:2009:BG5622
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs misbruik paspoort
Aanvraagster werd bij verstek veroordeeld wegens diefstal gepleegd op 31 maart 2007. Zij stelde dat een ander haar vermiste paspoort had gebruikt, waardoor zij ten onrechte was veroordeeld. Ter onderbouwing voerde zij proces-verbalen aan, waaronder aangifte van vermissing, aangifte van misbruik paspoort en verklaringen van getuigen die haar aanwezigheid elders bevestigden.
De Hoge Raad onderzocht onder meer de herkomst van een mobiel telefoonnummer dat in het proces-verbaal van de aangehouden verdachte stond vermeld. Dit nummer bleek niet aan aanvraagster toe te schrijven, maar aan een derde. De verklaringen en het politiedossier konden echter niet met zekerheid aantonen dat een ander het paspoort had gebruikt.
De Hoge Raad concludeerde dat de overgelegde stukken en verklaringen onvoldoende zijn om het ernstig vermoeden te wekken dat de politierechter, indien bekend met deze informatie, tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom werd het verzoek tot herziening ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard en de veroordeling gehandhaafd.