ECLI:NL:PHR:2009:BF8848
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over strafbaarheid ongewenst verklaarde vreemdeling wegens onvoldoende motivering over vertrekverplichting
De zaak betreft een verdachte die tot ongewenst verklaarde vreemdeling is benoemd en veroordeeld werd wegens illegaal verblijf in Nederland op 30 juli 2004 en 21 december 2005. Het Hof Den Haag oordeelde dat verdachte niet alles in het werk had gesteld om aan zijn verplichting tot vertrek uit Nederland te voldoen, ondanks dat hij kopieën van een verlopen en geldig paspoort overlegde bij de Marokkaanse ambassade.
De verdediging voerde aan dat verdachte buiten zijn schuld niet kon vertrekken omdat het niet lukte een laissez-passer te verkrijgen. De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verdachte na 30 juli 2004 niet alles heeft gedaan om te voldoen aan zijn vertrekverplichting. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de mogelijkheid dat verdachte alsnog reisdocumenten kon verkrijgen of waarom hij niet zelfstandig het land heeft verlaten.
Verder is het uitgangspunt dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk is voor zijn vertrek, tenzij hij objectief kan aantonen dat hij buiten zijn schuld niet kan reizen. De Hoge Raad acht het oordeel van het Hof omtrent het tweede feit (30 juli 2004) begrijpelijk, maar het oordeel over het vierde feit (21 december 2005) onvoldoende gemotiveerd.
Ook is het cassatieberoep te laat ingediend, waardoor de redelijke termijn is overschreden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof uitsluitend voor zover het gaat om het vierde feit, de strafoplegging en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd voor het vierde feit en terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering over vertrekverplichting.