ECLI:NL:PHR:2009:BD5473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid gemeenten om rioolrecht volledig bij eigenaren te heffen
Belanghebbende, eigenaar van meerdere onroerende zaken aangesloten op de gemeentelijke riolering, maakte bezwaar tegen de aanslagen rioolrecht 2006 van de gemeente Nijmegen. De gemeente hief het rioolrecht uitsluitend van zakelijk gerechtigden, waarbij de volledige rioleringskosten werden gedekt. De rechtbank verklaarde de verordening onverbindend wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat gebruikers niet werden betrokken in de heffing. Het hof vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling van overige geschilpunten.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het toelaatbaar is dat alle kosten van de riolering aan alleen eigenaren worden doorberekend. De wetgever laat gemeenten beleidsvrijheid om te kiezen tussen heffing bij eigenaren of gebruikers. Het evenredigheidsbeginsel is van toepassing op de heffingsmaatstaf binnen de groep belastingplichtigen, maar niet op de keuze van de groep zelf. De Hoge Raad bevestigt dat de verordening niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of andere rechtsbeginselen.
De Hoge Raad benadrukt dat gemeenten de kosten van aanleg, onderhoud en gebruik mogen verhalen op eigenaren, ook als gebruikers niet worden aangeslagen. De keuze voor een heffing naar de WOZ-waarde is toegestaan en niet in strijd met het verbod op heffing naar draagkracht. De zaak is niet inhoudelijk afgedaan vanwege terugwijzing door het hof, maar de cassatie wordt ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van gemeenten bij de rioolrechtheffing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat gemeenten de volledige rioleringskosten mogen verhalen op eigenaren.