ECLI:NL:PHR:2009:BD1507
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing nultarief intracommunautaire levering wegens onvoldoende bewijs vervoer
Belanghebbende leverde goederen aan Duitse afnemers en paste het nultarief toe, zonder omzetbelasting in rekening te brengen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat niet was aangetoond dat de goederen daadwerkelijk naar Duitsland waren vervoerd. Het Hof verklaarde belanghebbende ontvankelijk in bezwaar maar handhaafde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel dat het nultarief niet terecht was toegepast en dat het Hof de zaak niet had moeten terugverwijzen naar de Inspecteur.
De Advocaat-Generaal analyseerde de materiële voorwaarden voor het nultarief: de goederen moeten de lidstaat van vertrek daadwerkelijk verlaten en de afnemer moet een ondernemer of gelijkgestelde zijn in een andere lidstaat. Het bewijs hiervoor moet worden geleverd met boeken en bescheiden, waarbij aannemelijk maken voldoende is. In dit geval had belanghebbende alleen facturen overlegd, geen vervoersdocumenten of betalingsbewijzen. De administratie was in beslag genomen, maar belanghebbende had de mogelijkheid gehad deze in te zien en te gebruiken voor bewijslevering.
De Hoge Raad wordt geadviseerd het beroep ongegrond te verklaren omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de goederen naar Duitsland zijn vervoerd. Ook is het oordeel van het Hof dat terugverwijzing naar de Inspecteur niet noodzakelijk was, toereikend gemotiveerd. De zaak bevestigt dat het nultarief niet van toepassing is zonder voldoende bewijs van vervoer en status van de afnemer, en dat de bewijslast bij de ondernemer blijft liggen tenzij de administratie onbeschikbaar is door toedoen van de Inspecteur.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van vervoer naar een andere lidstaat.