ECLI:NL:PHR:2009:BC1589
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Tenaamstelling naheffingsaanslag grondwaterbelasting bij waterschapsreorganisatie
Belanghebbende, het waterschap Groot Salland, had in 1999 grondwater onttrokken voor bronbemaling bij een RWZI en heeft de verschuldigde grondwaterbelasting niet voldaan. Na een waterschapsreorganisatie in 2000 ging een deel van het taakgebied, inclusief de RWZI, over naar waterschap Velt en Vecht. De Inspecteur legde in 2004 een naheffingsaanslag op aan Groot Salland. De vraag was of deze aanslag terecht aan Groot Salland was opgelegd of aan het nieuwe waterschap Velt en Vecht.
De rechtbank en het hof spraken elkaar tegen over de tenaamstelling. Het hof oordeelde dat artikel 5b van de Waterschapswet en het Overgangsreglement niet zonder nadere regeling een belastingschuld overdragen aan het nieuwe waterschap. De Hoge Raad concludeert dat de aanslag terecht aan Groot Salland is opgelegd, omdat het belastbare feit in 1999 bij Groot Salland plaatsvond en het waterschap niet is opgeheven. De wetgeving voorziet niet in automatische overgang van belastingschulden bij gedeeltelijke taakgebiedsovergang zonder expliciete toerekening.
De Hoge Raad wijst erop dat artikel 5b Waterschapswet vooral een titel voor eigendomsovergang van registergoederen biedt en niet zonder meer belastingschulden overdraagt. De naheffingsaanslag is daarom terecht aan Groot Salland opgelegd. De cassatiemiddelen van belanghebbende worden verworpen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag grondwaterbelasting is terecht aan het waterschap Groot Salland opgelegd.