ECLI:NL:PHR:2009:BB6436
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen negatieve aangifte omzetbelasting en teruggaafbeschikking
Belanghebbende diende een negatieve aangifte omzetbelasting in voor juli 2002 en vroeg om teruggaaf van €32. Vervolgens maakte zij bezwaar tegen deze aangifte en verzocht om een aanvullende teruggaaf van bijna €288.000. De Inspecteur wees het bezwaar af en verhoogde de teruggaaf slechts gedeeltelijk. Het Hof 's-Hertogenbosch verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat bezwaar tegen een negatieve aangifte volgens het Hof niet mogelijk is, maar erkende dat bezwaar tegen de beschikking openstaat.
De Hoge Raad onderzoekt of de brief van belanghebbende als een aanvullende aangifte of als een bezwaarschrift moet worden beschouwd. De conclusie is dat een brief die binnen de termijn wordt ingediend en redelijkerwijs niet als bezwaar tegen een beschikking kan worden gezien, als aanvulling op de aangifte moet worden aangemerkt. Indien de beschikking reeds tot stand was gekomen of redelijkerwijs zo kon worden aangenomen, is het een voortijdig bezwaarschrift dat toch ontvankelijk kan zijn.
Verder wordt besproken of bezwaar mogelijk is tegen een teruggaafbeschikking die conform het verzoek is vastgesteld. De Hoge Raad stelt dat bezwaar mogelijk moet zijn om een hogere teruggaaf te verkrijgen dan aanvankelijk gevraagd, ondanks eerdere jurisprudentie die dit beperkte. Tenslotte wordt de zaak verwezen naar een ander hof voor feitelijke vaststelling van het verband tussen kosten en vrijgestelde prestaties, wat relevant is voor het aftrekrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de brief als aanvulling op de aangifte moet worden beschouwd en bezwaar tegen de teruggaafbeschikking mogelijk is.