ECLI:NL:PHR:2009:BB3475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte aftrekbeperking en bijtelling privégebruik bestelauto volgens Wet IB 2001
Belanghebbende exploiteert een VOF met bedrijfsruimte in de eigen woning en gebruikte bestelauto's die ook voor privédoeleinden beschikbaar zijn. De Belastingdienst corrigeerde de aftrek van huisvestingskosten en de bijtelling privégebruik van bestelauto's op grond van de Wet IB 2001.
De Rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk over de huisvestingskosten, maar het Hof verklaarde het incidentele beroep van belanghebbende gegrond en het principale beroep ongegrond, waarmee de aftrekbeperking beperkt werd tot kale huurlasten en de bestelauto's als nagenoeg uitsluitend geschikt voor goederenvervoer werden aangemerkt.
De Minister stelde cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad overwoog dat de aftrekbeperking van artikel 3.17 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001 slechts ziet op de kale huurlasten en niet op overige huisvestingskosten. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de aanwezigheid van een tweede zitplaats in de bestelauto betekent dat deze niet nagenoeg uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, waardoor de forfaitaire bijtelling privégebruik van toepassing is.
Het oordeel van het Hof was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk, en de cassatiemiddelen faalden. De uitspraak bevestigt de uitleg van de aftrekbeperking en de criteria voor de uitzonderingscategorie bij bestelauto's.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de aftrekbeperking zich beperkt tot kale huurlasten en de bestelauto's niet nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer.