ECLI:NL:PHR:2009:BB0656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Recht op teruggaaf Nederlandse omzetbelasting door buiten-EU gevestigd reisbureau
Belanghebbende is een in de Verenigde Staten gevestigd reisbureau dat all-inclusive reizen naar Nederland aanbiedt zonder vaste inrichting in Nederland. Zij treedt op eigen naam en voor eigen rekening op en is ondernemer in de zin van artikel 7, lid 1, Wet OB. Het geschil betreft het recht op teruggaaf van aan haar in rekening gebrachte Nederlandse omzetbelasting.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat belanghebbende meerdere prestaties verrichtte, waarvan ten minste één in Nederland plaatsvond, en dat de teruggaaf van omzetbelasting niet kon worden verleend omdat dit zou leiden tot een gunstigere positie dan Nederlandse belastingplichtigen. Het Hof baseerde zich op artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn en de Dertiende richtlijn, waarbij het Hof oordeelde dat de regeling voor reisbureaus niet in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd en dat de resolutie slechts een administratief voorschrift is.
De Procureur-Generaal concludeert dat belanghebbende slechts één dienst verricht, bestaande uit het verstrekken van een volledige reis, en dat de plaats van dienst op grond van artikel 6 Wet Pro OB in de Verenigde Staten ligt. De A-G acht de arresten Debouche en Monte Dei Paschi Di Siena niet van toepassing, omdat deze zien op binnen de EU gevestigde belastingplichtigen. Verder is er geen sprake van een asymmetrisch beroep op de Zesde richtlijn omdat belanghebbende zich uitsluitend op de Wet OB beroept. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en belanghebbende recht te geven op teruggaaf van de omzetbelasting.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte Nederlandse omzetbelasting.