ECLI:NL:PHR:2009:AZ2238
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid van de emigratieheffing voor aanmerkelijkbelanghouders met het belastingverdrag met België en het EG-Verdrag
Deze zaak betreft de vraag of de Nederlandse emigratieheffing (conserverende aanslag) voor aanmerkelijkbelanghouders verenigbaar is met het belastingverdrag tussen Nederland en België uit 1970 en met het EG-Verdrag. De heffing vindt plaats bij emigratie van een aanmerkelijkbelanghouder, waarbij een fictieve vervreemding van aandelen wordt aangenomen en belasting wordt geheven over de waardeaangroei tot het moment van emigratie.
Het Hof oordeelde dat Nederland met de conserverende aanslag het belastingverdrag met België schendt door de duur van het heffingsrecht eenzijdig te verlengen van vijf naar tien jaar en door ook belasting te heffen over potentiële dividenden die volgens het verdrag aan België toekomen. De Hoge Raad bevestigde dat deze eenzijdige uitbreiding van het heffingsrecht niet is toegestaan zonder verdragswijziging.
Daarnaast is besproken of de heffing strijdig is met het EG-Verdrag. Het Hof van Justitie van de EU oordeelde dat een dergelijke emigratieheffing een belemmering kan vormen voor de vrijheid van vestiging, vooral als zekerheden worden verlangd en geen rekening wordt gehouden met waardedalingen na emigratie. De Nederlandse wetgeving is daarop aangepast om uitstel van betaling onvoorwaardelijk te maken en gedeeltelijke kwijtschelding toe te staan.
De Hoge Raad concludeert dat de emigratieheffing niet in strijd is met het EG-Verdrag zolang de regeling proportioneel is en rekening houdt met waardedalingen. De heffing is echter wel in strijd met het belastingverdrag met België 1970 vanwege treaty override. De zaak benadrukt de spanning tussen nationale exitheffingen, bilaterale verdragen en EU-recht, en de noodzaak van verdragsconforme wetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat de conserverende aanslag in strijd is met het belastingverdrag met België 1970 maar niet met het EG-Verdrag indien proportioneel toegepast.