ECLI:NL:PHR:2009:AZ2232
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid van de conserverende emigratieheffing met het belastingverdrag met België en het EG-Verdrag
Deze zaak betreft de vraag of de Nederlandse conserverende aanslag bij emigratie van aanmerkelijkbelanghouders verenigbaar is met het belastingverdrag tussen Nederland en België van 1970 en met het EG-Verdrag. De belanghebbende emigreerde in 1999 naar België en werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag die fictief winst uit aanmerkelijk belang realiseerde op het moment van emigratie, met uitstel van betaling tot daadwerkelijke vervreemding.
De Hoge Raad stelt vast dat Nederland in 1998 met de conserverende aanslag verder ging dan toegestaan onder het belastingverdrag met België 1970, omdat Nederland een heffingsrecht claimde tot tien jaar na emigratie, terwijl het verdrag slechts vijf jaar toestond. Dit leidde tot een eenzijdige uitbreiding van het heffingsrecht van Nederland, wat in strijd is met het verdrag. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten waarin vergelijkbare fictieve inkomstenheffingen werden afgewezen.
Ten aanzien van het EG-Recht oordeelt de Hoge Raad dat het EG-Verdrag zich niet verzet tegen een dergelijke temporele compartimentering van heffingsrechten, tenzij deze een onevenredige belemmering van de vestigingsvrijheid inhoudt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in soortgelijke zaken geoordeeld dat conserverende aanslagen met zekerheidstelling een belemmering kunnen vormen, maar dat automatische en onvoorwaardelijke uitstel van betaling deze belemmering kan verminderen.
De Hoge Raad concludeert dat de conserverende aanslag in de onderhavige vorm strijdig is met het belastingverdrag met België 1970 en dat Nederland dit recht pas vanaf het nieuwe verdrag van 2001 heeft gekregen. De kwestie van heffingsrente en proceskostenvergoeding wordt eveneens behandeld, waarbij de heffingsrentebeschikking wordt beoordeeld in samenhang met de vernietiging van de aanslag.
Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor de fiscale behandeling van emigrerende aanmerkelijkbelanghouders en benadrukt het belang van verdragsrechtelijke naleving en de grenzen aan nationale wetgeving bij grensoverschrijdende situaties.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse conserverende aanslag bij emigratie in strijd is met het belastingverdrag met België van 1970 en vernietigt de bestreden uitspraak.