ECLI:NL:PHR:2008:BF5529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen handel in cocaïne en XTC-pillen
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens medeplegen van handel in cocaïne en XTC-pillen in de periode 2000 tot 2004. Het hof achtte bewezen dat verdachte samen met een medeverdachte drugs had verkocht, waaronder minstens één keer dertig extasypillen met een kroontje.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was om de handel in XTC-pillen aan verdachte toe te rekenen, omdat niet vaststond dat de pillen die bij een betrokkene werden aangetroffen van verdachte afkomstig waren. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat het hof de verklaringen van betrokkenen juist had geïnterpreteerd en de mogelijkheid van andere leveranciers als onwaarschijnlijk had beoordeeld.
Het openbaar ministerie had een hogere straf geëist dan de door het hof opgelegde 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, en een geldboete van 2.400 euro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het niet voor de maximale eis had gekozen, met name vanwege persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn rol in de handel.
De Hoge Raad concludeerde dat de strafoplegging binnen de beoordelingsvrijheid van het hof viel en dat de cassatiemiddelen faalden, zodat de veroordeling en straf in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van 2.400 euro voor medeplegen van handel in cocaïne en XTC-pillen.