ECLI:NL:PHR:2008:BF3769
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging afpersing en diefstal
Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot afpersing en diefstal. Het hof legde een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat het verzoek tot het horen van getuigen onterecht was afgewezen en dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren. Ook werd geklaagd over de termijnoverschrijding bij de aanvulling van het arrest en het uitsluitend baseren van de veroordeling op de verklaringen van het slachtoffer.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie. Het hof had terecht het noodzaakcriterium toegepast bij het afwijzen van het verzoek tot het horen van getuigen. De termijnoverschrijding bij de aanvulling van het arrest leidde niet tot nietigheid. De 'unus-testis'-regel werd correct toegepast. Het hof had de motivering van het bewijs en de weerlegging van het verweer van de verdediging voldoende gegeven.
De Hoge Raad concludeert dat geen gronden aanwezig zijn om het arrest te vernietigen en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.