ECLI:NL:PHR:2008:BF1027
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid stichting tot stuiting verjaring wegens ongeldige cessie studieleningen Curaçao
Het geschil betreft de terugvordering van studieleningen die het Eilandgebied Curaçao aan eiseres heeft verstrekt voor een studie tandheelkunde in de Verenigde Staten. De Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) vorderde betaling van deze leningen, maar eiseres betwistte de bevoegdheid van SSC omdat de overdracht van de vorderingen niet rechtsgeldig zou zijn.
De zaak werd behandeld door het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, die oordeelden dat de overdracht via een besluit van de Eilandsraad van 29 september 2000 rechtsgeldig was en dat SSC bevoegd was de vordering in te stellen. Tevens werd het verjaringsverweer van eiseres verworpen omdat de verjaring door een aanmaning van het incassobureau was gestuit.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het besluit van 29 september 2000 niet rechtsgeldig was als akte van cessie omdat het niet door de Gezaghebber was ondertekend, die volgens de Eilandenregeling Nederlandse Antillen bevoegd is om het Eilandgebied Curaçao te vertegenwoordigen in buitengerechtelijke rechtshandelingen. De feitelijke cessie vond pas plaats met een akte van 1 juli 2004, die aan eiseres werd meegedeeld. Hierdoor was SSC ten tijde van de aanmaning in 2001 niet bevoegd tot stuiting van de verjaring, waardoor het verjaringsverweer slaagt.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op rechtsverwerking door eiseres werd verworpen, terwijl zij omstandigheden had aangevoerd die vertrouwen konden wekken dat de schuld was kwijtgescholden. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens ongeldige cessie en oordeelt dat SSC niet bevoegd was tot stuiting van de verjaring.