ECLI:NL:PHR:2008:BF0378
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stelplicht en aansprakelijkheid bij overeenkomst van opdracht bouw machine
In deze zaak vordert eiser betaling van schadevergoeding van Metzeecon c.s. wegens vermeende tekortkomingen bij de bouw en levering van een machine. Eiser stelt dat Metzeecon gehouden is tot herstel en onderhoud van de machine jegens derden en dat zij onrechtmatig hebben gehandeld door niet te repareren.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende stellingen van eiser. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat eiser onvoldoende concreet had gemaakt uit welke overeenkomst of verplichting de onderhoudsplicht zou voortvloeien. Tevens vond het hof dat de stellingen onbegrijpelijk waren en dat het bewijsaanbod moest worden gepasseerd.
De Hoge Raad bevestigt dat de enkele omstandigheid dat Metzeecon de machine heeft gebouwd niet leidt tot een onderhoudsverplichting tegenover derden. Ook wijst de Hoge Raad erop dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom de overgelegde stukken relevant zijn en dat hij zijn stelplicht niet heeft vervuld. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende stellingen en stelplichtschending.