ECLI:NL:PHR:2008:BF0170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsvereiste leeftijd bij verspreiding kinderpornografisch materiaal
In deze zaak staat de strafbaarheid van het verspreiden van kinderpornografisch materiaal centraal, waarbij de leeftijd van de afgebeelde personen ter discussie staat. De verdachte werd veroordeeld voor het verspreiden van afbeeldingen waarop personen kennelijk jonger dan 16 jaar zijn. De verdediging verzocht om aanhouding van de zaak om tegenbewijs te leveren dat de afgebeelde personen ouder waren dan 16 jaar, wat door het hof werd afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat het bewijs van de leeftijd van de afgebeelde personen niet hoeft te worden geleverd, maar dat het voldoende is dat zij op de afbeelding jonger dan 16 jaar lijken. Dit is gebaseerd op de wetsgeschiedenis en de tekst van het oude artikel 240b Sr. Tegenbewijs leveren dat de personen daadwerkelijk ouder zijn, is niet toegestaan onder de toen geldende wetgeving.
De conclusie benadrukt dat deze uitleg voorkomt dat het Openbaar Ministerie het moeilijk te leveren bewijs van de werkelijke leeftijd moet leveren, en dat het woord "kennelijk" in de wet is opgenomen om strafbaarheid te baseren op uiterlijke kenmerken. Tevens wordt ingegaan op de redelijke termijn van de procedure, waarbij geen schending wordt vastgesteld. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling, waarbij het criterium van kennelijke leeftijd centraal staat en tegenbewijs niet wordt toegestaan.