ECLI:NL:PHR:2008:BE9803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering bij venten op luchthaven Schiphol
De zaak betreft een verdachte die op 20 februari 2004 op het luchthaven terrein van Schiphol zonder schriftelijke toestemming taxidiensten aanbood, hetgeen volgens het Aanvullend luchthavenreglement verboden is. Het Hof Amsterdam veroordeelde de verdachte tot geldboeten en subsidiar zes dagen hechtenis wegens overtreding van dit reglement.
De verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof kennelijk ten onrechte het begrip "venten" gebruikte in plaats van "uitoefenen van bedrijfsactiviteiten" en verbeterde de bewezenverklaring dienovereenkomstig. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering bij de strafoplegging, met name omtrent het betrekken van een ad informandum gevoegd feit dat de verdachte in eerste aanleg had ontkend.
De Hoge Raad benadrukte dat bij tegenstrijdige verklaringen de rechter niet zomaar mag terugvallen op een eerdere bekentenis bij de politie. De strafmotivering was daardoor ondeugdelijk. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.