ECLI:NL:PHR:2008:BD3902
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor poging tot doodslag ondanks betwisting getuigenverklaringen
De zaak betreft een veroordeling door het Gerechtshof Arnhem van verdachte wegens poging tot doodslag op 17 november 2003. Verdachte zou met een vuurwapen op het slachtoffer hebben geschoten, waarbij het slachtoffer in de borst en het been werd geraakt. De verdachte werd veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf.
In cassatie werd onder meer geklaagd over het niet hernieuwd oproepen van een niet verschenen getuige, de aanwezigheid van getuigen bij andere verhoren en het gebruik van een als leugenachtig beoordeelde getuigenverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de verdediging had ingestemd met het afzien van hernieuwde oproeping en dat de procedurele gang van zaken niet tot nietigheid leidde.
De Hoge Raad bevestigde dat een leugenachtige getuigenverklaring in principe niet als bewijs kan dienen, maar dat in deze zaak het gebruik van de betreffende verklaring van ondergeschikt belang was en niet tot cassatie leidde. De overige bewijsmiddelen en verklaringen boden voldoende grondslag voor de bewezenverklaring en de veroordeling. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde veroordeling tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag.