ECLI:NL:PHR:2008:BD2743

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00335/07
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen

Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging en de bewaring gelast van een inbeslaggenomen Porsche ten behoeve van de rechthebbende. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. Echter, de middelen van cassatie zijn niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn ingediend bij de Hoge Raad.

Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering dient een raadsman binnen de gestelde termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie in te dienen. Dit is in deze zaak niet gebeurd. Hierdoor is het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaard door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep, waarmee het beroep van verdachte wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 00335/07
Mr. Schipper
Zitting: 27 mei 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 4 september 2006 -met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 3 januari 2002- de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde. Voorts heeft het Hof ten aanzien van een inbeslaggenomen Porsche de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, een en ander zoals in het arrest is vermeld.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 00332/07, 00333/07, 00334/07 en 00336/07 tegen de verdachte. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Tegen deze uitspraak heeft de verdachte cassatie ingesteld. Er is niet binnen de termijn als bedoeld in art. 437 lid 2 Sv Pro een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG