ECLI:NL:PHR:2008:BD1843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over invloed van schulden op draagkracht bij partneralimentatie
In deze zaak staat centraal of het hof bij de vaststelling van de draagkracht van de man voor partneralimentatie terecht bepaalde schulden buiten beschouwing heeft gelaten. De man is arbeidsongeschikt en heeft diverse schulden, waaronder leningen die na de echtscheiding zijn aangegaan en zakelijke schulden waarvoor hij privé aansprakelijk is gesteld.
De Hoge Raad bevestigt dat bij de draagkrachtberekening in alimentatiezaken in beginsel alle schulden van invloed zijn, ongeacht het tijdstip van ontstaan. Uitzonderingen zijn slechts mogelijk indien schulden onnodig of onredelijk zijn aangegaan. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde schulden buiten beschouwing zijn gelaten, zoals leningen die niet zijn afgesloten om huwelijkse schulden af te lossen en zakelijke schulden waarvoor de man privé aansprakelijk is.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het niet vereist is dat op een schuld wordt afgelost om deze mee te wegen bij de draagkracht. Ook de beslissing van het hof over de ingangsdatum van de alimentatieverplichting wordt besproken, waarbij de Hoge Raad benadrukt dat de rechter grote vrijheid heeft bij het bepalen van deze datum, mits voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij alle schulden correct moeten worden meegewogen in de draagkrachtberekening en de ingangsdatum van de alimentatie opnieuw moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van de draagkracht en ingangsdatum van de alimentatie.